Late dienst gehad tot 11 uur. Netjes op tijd naar huis, dit is al bijzonder voor mijn doen.
Ik stap op de fiets, het is lekker stil op straat. Ik kom bij het grote kruispunt: ‘Mooi het verkeerslicht staat op groen.’ Even een tandje harder fietsen, 20 km per uur dat ga ik halen. Er is toch geen verkeer op straat. Toen opeens uit het niets: een politieauto.
Midden op de kruising voor het fietspad gaat hij stilstaan. Ik moet vol in de ankers en sta net op tijd stil. De agent stapt uit: “Zo mevrouw, waarom ben u op straat? Wat gaat u doen?” Ik antwoord netjes: “Ik ga naar huis want ik kom net van mijn werk.” Graaiend in mijn tas op zoek naar de geprinte papieren. Gevonden: “Kijk goed voorbereid.” zegt de agent.
De agent leest de papieren, glimlacht en vraagt: “U kwam van werk toch mevrouw? Dan heeft u er al een hele fietstocht opzitten.” Verbaast kijk ik hem aan: “Nou dat valt ook wel mee hoor, ik moet nog een stukje. Ik ben om 11 uur vertrokken van werk.” De agent lacht: “Dan heeft u te hard gevlogen mevrouw.” Shit, ik beken aan de agent dat ik inderdaad hard heb gefietst en dat ik met deze fiets een aardig tempo kan halen.
De agent wijst naar de papieren: “Hier staat dat u in Apeldoorn werkt, dan heeft u een straaljager nodig gehad om hier nu te zijn.” Ik lach, wat stom. Ik leg de agent uit dat ik van Het Bonedijkehuis kom: “Dat is geloofwaardiger dan uw papieren. Een fijne avond mevrouw.”
Het stoplicht stond alweer op rood. Snel kijk ik om mij heen, geen agent meer te bekennen. Dus ik steek stiekem over door het rode licht en fiets veilig naar huis. Lachend trek ik de deur achter mij dicht: ‘Nelly, hoe krijg je het voor elkaar.’